Aansprakelijk voor schulden na ontruiming kamer verpleeghuis?

Al eerder postte ik op deze site een blogbericht over de risico’s die je als erfgenaam kunt lopen wanneer de nalatenschap negatief dreigt te zijn[1]. Als erfgenaam volg je de erflater van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. De erfgenaam wordt van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood zijn teniet gegaan (BW4:182).[2]

Er vindt rechtsopvolging “onder algemene titel” plaats, hetgeen wil zeggen dat alle goederen, schulden en rechtsverhoudingen overgaan op de erfgenaam zonder dat voor het verkrijgen van de afzonderlijke goederen een aparte levering of contract nodig is. Opvolging vindt van rechtswege, dus zonder dat er verder iets nodig is, plaats. Er zijn geen leveringshandelingen nodig.

Opvolgen in bezit en houderschap lijkt vrij duidelijk ofschoon de grenzen tussen bezit en houderschap niet altijd even duidelijk zijn. Maar wat zijn nu die “voor overgang vatbare rechten”?

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke rechtsbetrekkingen. Niet vermogensrechtelijke betrekkingen gaan in beginsel niet ongewijzigd op erfgenamen over terwijl vermogensrechtelijke betrekkingen in de regel juist wel ongewijzigd op erfgenamen over gaan. Maar natuurlijk is ook hier van uitzonderingen sprake. Zo gaat het niet vermogensrechtelijke recht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap te verzoeken wel degelijk over op de erfgenaam, maar eindigt het vermogensrechtelijke recht van vruchtgebruik toch bij het overlijden van de vruchtgebruiker.[3]

De grootste risico’s loopt een erfgenaam daar waar het de schulden van de erflater betreft. Schuldeisers van de nalatenschap kunnen hun vorderingen niet alleen op goederen van de nalatenschap verhalen, maar ook op het overige vermogen van de erfgenaam die de nalatenschap heeft aanvaard! Een erfgenaam kan een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. De keuze kan worden gedaan door het afleggen van een verklaring op de griffie van de rechtbank. De kosten hiervoor bedragen € 127,-.

Maar ook zonder daartoe op de griffie van de rechtbank een uitdrukkelijke verklaring afgelegd te hebben kan de erfgenaam een erfenis aanvaarden, en dus met zijn privévermogen aansprakelijk worden voor de schulden van de nalatenschap. Namelijk als hij ‘zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt”.[4] Maar wanneer is daar sprake van?[5] In zijn beschikking van 26 april 1968 heeft de Hoge Raad overwogen dat het antwoord op de vraag, of uit de gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden, afhangt van de omstandigheden van het geval.[6]

In de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ging het om een veelvoorkomende actie. Na het overlijden van moeder wordt door één van de drie erfgenamen de kamer in het verzorgingstehuis ontruimd. [7]Daarbij neemt zij een kleine televisie en wat tweedehands spullen mee. De verhouding tussen de erfgenamen is kennelijk niet optimaal. Eén zoon heeft de erfenis beneficiair aanvaard en eist zijn legitieme portie in verband met het eerder overlijden van zijn vader op. De nalatenschap van moeder is negatief, en nu vordert hij samen met een andere zus deze legitieme portie op bij de zus die de kamer heeft ontruimd. Zijn stelling is dat zij door het ontruimen van de kamer en het meenemen van de tv, de erfenis van moeder zuiver heeft aanvaard en daarmee met haar privévermogen aansprakelijk is geworden voor zijn vordering op de nalatenschap van moeder.

Het Hof denkt daar anders over en bevestigt de eerdere uitspraak van de Kantonrechter:

“De kantonrechter heeft op juiste gronden geoordeeld dat [Dochter Twee] wordt geacht de nalatenschap van erflaatster beneficiair te hebben aanvaard. Het enkele gegeven dat [Dochter Twee] een kleine televisie heeft meegenomen uit de kamer van erflaatster en de kamer heeft ontruimd kan in de gegeven omstandigheden niet als daad van zuivere aanvaarding worden gekwalificeerd. Er is geen sprake van beschikkingshandelingen. [Dochter Twee] zag zich geconfronteerd met de situatie dat zij de kamer in het verpleegtehuis op korte termijn moest ontruimen. Daarbij komt dat niet weersproken is dat de goederen van de nalatenschap geen enkele waarde vertegenwoordigden en dat zij de televisie nog steeds onder zich heeft”.

 

Een uitspraak waar de meesten wel vrede mee kunnen hebben. Maar hoe zou het oordeel hebben geluid wanneer de goederen wel enige waarde hadden gehad, of wanneer de dochter de televisie op marktplaats te koop zou hebben aangeboden? In dat geval is toch echt sprake van een beschikkingshandeling. Een mooie uitspraak dus, maar u blijft gewaarschuwd.

[1] Zie blog van 2 mei 2018: ”Een duur etentje”

[2] Dit geldt natuurlijk niet voor de wettelijke verdeling waarbij de langstlevende echtgenoot alles erft en de kinderen een geldvordering op de langstlevende krijgen.

[3] BW3:203 lid 2

[4] BW4:192 lid 2

[5] In de MvA II bij deze bepaling (Parl. Gesch. Vaststellingswet boek 4 BW, p.933-934) is onder meer opgemerkt dat van zuivere aanvaarding geen sprake is indien de erfgenaam daden van beheer verricht.

[6] HR 26 april 1968, NJ1969/322

[7] Hof Den Haag 10 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3413

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s